![]() |
|
|||
| |
Mijn verhaal
Alweer zo’n 25 jaar geleden vertelde een enthousiaste ex-collega mij een aanstekelijk verhaal over een ‘andere’ manier van vissen, over vliegvissen. Hij bracht een keer zijn spullen mee, liet me een doosje kunstvliegen zien en demonstreerde het werpen met de vliegenhengel. Ik was meteen verkocht. ‘Natuurlijk’ kwam ik bij Hengelsport Arnhem terecht, en ‘natuurlijk’ bij Ad van Lith. Die verstond ook toen al de kunst om iemand enthousiast te maken, hij was een echte verkoper, en dus, een Bruce & Walker Dutch Special en een Rimfly Reel met Hardy lijn rijker stond ik dezelfde avond al mijn eerste oefenworpjes te maken. Ook mijn eerste vise-je, bobbinholdertje, verenklemmetje, binddraad, veertjes, tinsel, haartjes, enz. komen uit de Broerenstraat in Arnhem (ik heb zelfs nog spulletjes uit die tijd die ik nog nooit gebruikt heb). Ik heb nooit vliegbindles gehad, maar met wat boekjes, tijdschriftjes en voorbeeldvliegjes, en heel veel proberen en doen (en af en toe afkijken) heb ik me de kunst van het vliegbinden een beetje eigen gemaakt. Ik weet nog precies hoe en waar in de Didamse Wetering ik mijn eerste voorn op een zelfgebonden vlieg ving: echt, dat was het ‘moment suprême’, waarop ik volledig voor de vliegvisserij ben gevallen. Gaandeweg ben ik me steeds meer voor buitenlands stromend water gaan interesseren. In het begin, net zoals ‘iedereen’, de eerste stapjes in de Kyll, de Lenne, de Rur, de Wenne, en de Sieg. Daarna een periode Denemarken, Noorwegen en Zweden, en tegenwoordig, maar dat ook al weer meer dan 10 jaar: in het vroege voorjaar (en soms het najaar) het Schwarzwald en in de zomer Oostenrijk. Daarover meer onder het Hoofdstuk: mijn favoriete vakantieland. Tegenwoordig ben ik met de VUT, en heb ik wat extra tijd. Veel van die ‘vrije’ tijd vul ik in met het zoeken op internet naar leuke vliegvisstekken in het buitenland, met een beetje research over vliegvissen, vliegbinden en vliegvisgeschiedenis, en met het schrijven van stukjes over de vliegvisserij. In het clubblad ‘De Messenger’ van vliegvisvereniging ‘Last Hope’ staan regelmatig stukjes van mijn hand; voor dezelfde vereniging heb ik ook een ‘Bewaarboekje, over vliegvissen in Nederland, maar ook op stromend water in het buitenland’ geschreven; in ‘De Nederlandse Vliegvisser’ heeft een stukje van mij gestaan over het vliegvissen op Zeeforel in Denemarken; en in ‘Der Fliegenfischer’ loopt momenteel een serie over ‘Gästestrecken’ in het Schwarzwald en in Oostenrijk. Ik heb een eigen vliegvis-hobby-kamertje. Met mijn verzameling vispetjes (een tic), mijn (hele grote) verzameling Duitse en Oostenrijkse Hotelbrochures (ook een tic), mijn vliegvisvideoverzameling (met heel veel eigen vakantievideo’s, de derde tic), en met allerlei vliegvissnuisterijen, je verzamelt wat af (nog een tic). Als ik vliegjes bind, ga ik er echt (een dagje) voor zitten. Ik bind geen individuele vliegjes, maar ik bind telkens hele series, telkens tenminste 5, maar meestal 10 van dezelfde. Dikwijls maak ik alleen maar (‘handenvol’) halffabrikaten: ik zet goud-, zilver- of tungsten-kopjes op een haak en zet er ook al lood- of koperdraad op. Pas in een volgende sessie voltooi ik dan de series nimfjes. Door in series te werken worden je vliegen mooier, ze zijn allemaal vrijwel identiek, je bind een stuk sneller, en je vormt een voorraadje. En zo’n voorraadje, achter in de auto, in een ‘aanvuldoos’ vind ik heel belangrijk. Ik weet uit ervaring hoe rot het is als forellen en vlagzalmen maar naar een vliegje stijgen, en jouw laatste exemplaar is net in een boom blijven hangen of uit elkaar gevallen. En verder, ik bind geen al te moeilijke vliegen: in het snelle (hoog)gebergtewater waarin ik vis zijn nauwkeurige imitaties niet nodig, de vlieg moet globaal lijken, maar wel de juiste grootte hebben, en, heel belangrijk, op de juiste manier worden aangeboden. Ik groet alle lezers en wens jullie heel veel Strakke Lijnen, Screaming Reels, Petri Heil, Skitt Fiske, Knæk og Bræk, Bonne Pêche, etc.
Jan van den Boogaard
Mijn favoriete vakantieland
Waarom ik vrijwel elke zomer in Oostenrijk ga vissen.
Es gibt kein schöner Land… Inderdaad, er is geen mooier (vliegvis)land zo dichtbij. Glasheldere, ijskoude beekjes ontspringen op grote hoogten, uit bronnen of uit gletsjers, ruisend en bruisend zoeken ze hun weg door smalle dalen, tussen besneeuwde bergtoppen, door met bloemen bezaaide groene alpenweiden, naar lager gelegen, bredere dalen. Daar stromen ze met andere beekjes samen en vormen bredere beken, die door majestueuze bossen worden omzoomd. Uiteindelijk worden het rivieren, die hun water via de Rijn of de Donau naar zee transporteren. Daarboven, in die smalle alpendalen, ligt mijn vliegvisparadijs. Daar is het viswater dikwijls nog heel betaalbaar en soms zelfs gratis, daar zijn (vooral in het voor- en naseizoen) de hotelletjes en pensions echt niet duur. Daar ben je alleen met de adembenemende natuur, daar wordt je niet overlopen door toeristen, daar zijn de mensen vriendelijk en gastvrij, en daar is het vissen zo mooi en zo uitdagend. Daarboven, in die snelle zuurstofrijke stromen wonen prachtige, altijd hongerige forellen. Daar vind je de fraaiste van allemaal, de bronforel (bachsaibling), de vechtlustigste, de regenboogforel (regenbogenforelle), en vooral ook de oorspronkelijke “rotgetüpfte”, de camouflage-artiest, de beekforel (bachforelle). Hier, heel hoog in de bergen (boven 1500 mtr) worden ze niet erg groot meer, vissen van 30 tot 35 cm zijn de oudgedienden, en een enkele uitschieter richting 40 cm is al een echte aartsvader. De beken boven in die smalle alpendalen stromen dikwijls heel snel en onregelmatig, ze liggen vol met grote stenen en rotsen, er zijn watervalletjes, en werpen lijkt daarom een enorme klus. Maar, je hoeft niet ver te kunnen werpen, je moet je vlieg op de juiste plek (achter stenen, tegen stenen beschoeiingen of langs stroomnaden) en natuurgetrouw (zonder “drag” drijvend) aanbieden. Als je dat lukt, dan is succes verzekerd. Maar er zijn ook langzamer stromende stukken, en soms zelfs diepere “pools” waar je de forellen kunt zien staan, en waar je ze gericht kunt aanwerpen; doe dat schuin van achter, maak weinig, liever geen, valse worpen, en laat de vlieg zo’n halve meter voor de forel op het water landen en dan over zijn kop drijven. Wedden dat hij stijgt. Immers, daarboven is het insectenleven nog niet zo uitbundig, er is relatief weinig voedsel in het water. De vissen hebben maar een kort zomerseizoen en zijn dus altijd hongerig. Het water is snel, dus de buit is maar kort binnen bereik. En daarom zijn de vissen niet erg kritisch en bijtgraag. En als je dan zo’n broeierige dag treft, met weinig zon, dan krijgt je hertenharen kokerjuffer of steenvlieg imitatie echt niet lang de tijd om ongeschonden rond te drijven. Als bliksemschichten komen de forellen onder de stenen vandaan en nemen luidruchtig je vlieg. Hengel heffen, lijntje straktrekken en: “hangen”. En zelfs een kleine vis levert in dat snelle water, tussen de stenen, een prachtige drill. De beekforel zoekt zijn heil onder boomwortels en tussen de stenen, de regenboog springt schuddend met zijn kop hoog uit het water, de bronforel zoekt de diepte op en gaat stroomafwaarts zwaar aan de dunne leaderpunt hangen. Adrenaline puur! De bredere beken in de lager gelegen dalen stromen wat langzamer, zijn wat dieper en het heldere water krijgt een fraaie kleur, een blauwe of groene tint. Er zijn grote grindbanken, diepe pools en soms indrukwekkende stroomversnellingen. Hier worden de forellen (veel) groter, hier komen prachtige vlagzalmen (Äsche) voor en soms ook al een enkele donauzalm (Huchen). Vanwege die grotere vissen, het dankzij de aalscholver steeds zeldzamer worden van de vlagzalm, en de grote internationale belangstelling voor die prachtige, indrukwekkende beken en rivieren worden de vergunningen ook duurder, en soms wel eens belachelijk duur. Duur is evenwel een relatief begrip, direct gerelateerd aan je portemonnee. Maar er zijn nog steeds betaalbare stekken te vinden, en ook zou er bijvoorbeeld vanuit het goedkope adresje een keer een eendagstripje naar een van de superbeken gemaakt kunnen worden. Ik heb in de loop der jaren een uitgebreid overzicht van het Oostenrijkse vliegviswater samengesteld (d.w.z. al meer dan 200 mogelijkheden beschreven), als je eens wat meer wilt weten, neem dan gerust eens contact op.
P.S. Note Webmaster: sluit bij een E-mail aan Jan wel even je eigen adres bij.
Mijn vliegen
Mijn foto's
|
|||
|
||||