De afgelopen
zomervakantie zijn wij nu eens niet boven de poolcirkel geweest. De
route was dit keer nogal “kris-kras. De eerste dagen hebben we besteed
aan “onthaasten”; heel rustigjes aan gedaan. Gevist in Glomma en Atna.
Beide rivieren zijn in vergelijking met vorig jaar op een aantal mij
bekende plaatsen behoorlijk veranderd. Een paar diepere plekken zijn
helemaal volgestroomd met kleinere keien en grind. Aan de bomen op de
oevers kun je zien, hoe in het afgelopen voorjaar het ijs heeft
huisgehouden. Dat ijs duwt bomen omver of maakt diepe kerven in het
hout. Grote stenen zijn verplaatst, kortom, er kan heel wat veranderen
in een seizoen.
Struinen langs de rivieren – en dus niet de gekende stekken afvissen –
is een heel aantrekkelijke vorm van vissen. Met name langs de kleinere
rivieren moet je soms door de bush dringen om verder te komen. Maar er
is altijd wel een of andere vorm van een paadje. Er zijn nl. meer
vissers, die wel eens langs de rivier sjouwen. Ook dieren, elanden en
rendieren trekken langs een rivier. Je komt dan kleine pools tegen –
eigenlijk één hengel pools – waar zelden- of heel weinig gevist wordt.
Je vindt er mooie grote vlagzalmen; vijf, zes in een pool. Dan is de
pool wat verstoord en ga je verder. Op de ondiepe plekken, waar het
water snel stroomt, grijpt ook kleine forel je vlieg. Ze snappen
razendsnel je vlieg weg; even de hengel heffen en hangen! Mooie, fel
geel gekleurde visjes. De wat grotere exemplaren zijn ook fel gekleurd,
maar zijn vaak diepzwart op de rug tot zelfs ver op de flanken. Kort,
gedrongen, echte knokkers. Op dat wild stromende water moet je vlieg een
echte “drijver” zijn. Een Klinhamerachtige of een forse sedge met
hertenhaar doen het wel. In de kleine pools een parachutevliegje of een
emerger. Op zo’n zwerftocht heb ik een “close encounter” met een Auerhen.
Ze staat onbewegelijk tussen wat lage struikjes en varens. Je ziet haar
eigenlijk niet eens; alleen wanneer je je zelf hebt
aangeleerd om te letten op afwijkende vormen in het bos zie je haar. Een
foto nemen lukt niet; de afstand is wat te groot en er is niet veel
licht in dat oerbos. Misschien heeft ze er een nest met jongen; dat moet
niet verstoord worden.
Meren om te vissen zijn er te over in Noorwegen; de wat grotere- en goed
bereikbare meren vallen dikwijls onder een regionale vergunning. De
hoger gelegen meren zijn nogal eens privé meren, waarvoor je praktisch
gesproken geen visvergunning kunt krijgen. Buiten dat zijn ze daarbij
alleen goed bereikbaar via een privé weggetje, dat met een slagboom is
afgesloten. Mocht de slagboom een keertje open staan, rijdt dan niet
door uit nieuwsgierigheid of zo. De eigenaar kan elders in het bos zijn,
weggaan en de slagboom afsluiten. Hij kan niet weten, dat jij bent
doorgereden. Op die manier kun je jezelf een flink probleem bezorgen.
Want, hoe kom je er weer weg? Wie moet je bellen uit de middle of
nowhere? Dus om er toch te kunnen vissen moet je over lokaal netwerk
beschikken. In dit soort meren komt bruine forel en roye voor. Sommige
eigenaren van deze meren hebben er voor gezorgd, dat deze vissen in
mooie aantallen en gewichten aanwezig zijn.... Gevist op een dergelijk
meer. Het ligt op ongeveer 900 meter hoogte; het is daar hoogveenachtig.
Zompige grond, kleine struikjes, dikke laag vegetatie onder je voeten.
Dat is enorm inspannend om te lopen. De grond veert in onder je voeten;
af en toe zakt een voetje weg in de blabberboel. Stevig windje daarboven
die dag; waadbroek aan, want aan de oevers is het erg ondiep. Een groene
emerger met naturel CDC vleugel doet het erg goed. Geen kanjers, visjes
tot zo 35 centimeter. Er zitten daar veel grotere, maar ja, wat wil je.
Midden op de dag vissen, het water niet kennen..... Koffie drinken,
boterhammetje eten. We zitten (visvriend en mijn vrouw) op een stok- en
stok oude roeiboot, die ligt daar sinds mensenheugenis omgekeerd weg te
teren. In de verte dreigt omweer. De wind valt eerst weg en trekt daarna
weer aan. Dat laatste is geen bezwaar, want het stikt hier letterlijk
van de muggen boven het hoogveen. Omdat ik een geliefd doelwit ben voor
muggen, heb ik altijd een flesje met een hoge concentratie Deet in de
rugtas. Een soort imitatie Deetman ben ik daar dan........ Omdat de
omweersbui steedsmaar dichterbij komt, besluiten we te vertrekken. Het
is nl. geen pretje om hoger in de bergen een bui omweer boven je pet te
krijgen. We sjouwen terug naar de auto; dat is letterlijk sjouwen, omdat
een kilometer of drie stappen door dat verende hoogveen geen
makkie is. En als je ook nog eens doet op waadschoenen met je waadbroek
aan..... Net bij de auto aangekomen vallen er wat druppels, maar het
omweer zelf blijft op afstand.
Op een ander bergmeer; wat valt onder een regio vergunning, zien we bij
aankomst heel veel vis activiteit aan het oppervlak. Kleine vis, dat
wel. Na een uurtje vissen heb ik de nodige vliegjes geprobeerd, maar ze
willen er niet aan. Parachute vliegjes, emergers, wat al niet. Kleine
vliegjes, nog kleinere vliegjes, mini vliegjes, niks. Een fikse sedge,
toch handig die grote opbergdozen voor je vliegen....... Twee Zweden met
spinhengels lopen mij tegemoet. We praten even met elkaar; ze hebben er
drie en een half uur vissen opzitten. Niks gevangen nee. Een Noors
ventje, dat ik later tegenkom heeft er vijf. Geen geweldenaren trouwens;
trots laat hij ze zien in zijn plastic imitatie-rieten mandje. Tjsa,
wormen doen het eigenlijk altijd. Ze vormen een populair aas in
Noorwegen.
Bij de Hodalen meren zijn we ook een dagje geweest. Keiharde- en koude
wind. De bellyboat heb ik maar niet opgeblazen. Dat werd niks; je wordt
al snel het hele meer overgeblazen. Met een plughengel was het misschien
nog iets geworden, maar die lag in de caravan. (ruim 70 kilometer weg)
Geen Hodalen snoek voor mij dus. We maakten die dag een hele grote
tocht; onderweg verschillende riviertjes geprobeerd. Dat is wel heel erg
leuk; een tweetje plus bijbehorende vliegjes is alles wat je nodig hebt.
De lokale postbode, die rijdt in een rood autootje door het eindeloze
landschap om post te bezorgen op wel heel afgeleven adressen, was zo
vriendelijk om mij op een aardige stek te attenderen. Zo’n man heeft
bepaald geen stress baan!
Grote forel heb ik dit jaar niet gevangen. Dat is ook niet zo eenvoudig;
je moet er eigenlijk ook speciale plekken voor bevissen met streamers.
En omdat ik meestal met droge vliegen vis, komt er van het werkelijke
forelvissen niet veel terecht. Toch heb ik er wel eentje gehaakt. Een
fikse herteharen sedge op snelstromend water, tip van 26/00 en een XP #
6 waren het materiaal. Die forel rekende af met de tip....... Vlagzalm
ging goed; geen geweldenaren, maar de grootste net over de 50
centimeter. Een oude, wat haveloos ogende vis trouwens. In het water
gemeten, dus niet op een plankje. Laten we het houden op 51-52
centimeter. Dat gebeurde al wadend vissen kort na een stroomversnelling.
In de Glomma valt op die manier goed te vissen. Door de wisselende
waterstanden, staat de vis steeds op andere plekken. Dit jaar was de
rivier – voor een zomer periode tenminste – erg laag. Er had wat mij
betreft best wat meer water mogen staan. Qua vliegen gebruik ik niet
erg veel soorten. Klinkhamerachtigen, emergers, puppans vormen de
hoofdmoot. Op een ochtend wilde er niet veel stijgen; van alles
geprobeerd, maar slechts af en toe een visje. Toen een grote herteharen
sedge er op gezet; haakmaat acht. Daar wilden ze wel aan; in het heldere
water zag je ze schitterend omhoog komen. Voor kleine vlagzalm was de
vlieg te groot; die haakte je slecht of niet. De grote vlagzalm griste
met geweld de vlieg van het oppervlak. De dag daarna was het allemaal
totaal anders. De vis wilde graag en snel stijgen; dat wil zeggen de
kleinere vis. En, bruine emergers moesten het zijn. Grotere vlagzalm
nipte bijna onzichtbaar je vliegje weg. Niks geen geweld en geflap aan
het wateroppervlak. Heeh, vliegje weg, tik en hangen. Hengel helemaal
krom, weer zo’n dikke! Drie (naar later bleek) Zweden verschenen aan de
overkant van de rivier. Stevige hengels, grote fel gekleurde dobbers,
zijlijntjes met vliegen. Een gekende techniek in Zweden en Noorwegen.
Omdat ze aan hun kant van de rivier niet veel vingen, begon er een met
ware kampioensworpen zijn dobber naar mijn kant te gooien. Wanneer ik
met een vragend gebaar beide handen omhoog steek, roept hij iets wat ik
niet kan verstaan en gaat onverdroten door met zijn verre worpen. Dat
heb ik nog nooit meegemaakt; dan het water maar uit en naar een andere
plaats. Die lui kennen klaarblijkelijk hun eigen stek niet, wat vrij
dicht voor hen loopt de hoofdstroming langs de kant en er zijn diverse
goede plekken. Twee dagen later wil ik terug naar mijn stek. Daar staat
een Zweedse auto al geparkeerd. En ja, de heren vissen nu aan deze kant.
Van een afstand kijk ik het eens aan; veel vis komt er niet uit. De
verleiding is groot om rond te rijden en aan de overkant te gaan staan.
Maar dat is kinderachtig niet? Het komt er dan ook niet van.
Via, via kom ik bij twee hoog gelegen meertjes terecht, waar een Noor
een natuurkamp voor vissers en “nature lovers” aan het opzetten is. Er
staat inmiddels een mooi hoofdgebouw en twee hutten om te overnachten.
Aan de rand van een van de meertjes staan drie grote houten badkuipen.
Het water in deze baden wordt verwarmd door middel van een geintegreerde
houtkachel. Op die manier wil hij ook mensen aantrekken voor een soort
luxe vakantie in de wildernis. Gekscherend zeg ik tegen de eigenaar, dat
je vanuit de badkuip het meertje zou kunnen bevissen. Mits er een
knechtje voor je is, dat met een landingsnetje de gevangen vis voor je
er uithaalt. Bulderend gelach; aan die mogelijkheid had hij nog niet
gedacht. Toch is dit project iets om in de gaten te houden. Komend jaar
wordt bekeken of er een arrangement gemaakt kan worden voor het vissen
in een ander, groot bergmeer. Dat is privé water, op een afgelegen plek
in de bergen. Om er te komen moet je minstens 45 minuten lopen vanaf je
auto. Aan het meer staan wat hutten, die voor gebruik door vissers
ingericht kunnen worden. Laat je fantasie maar werken; vier vissers op
een afgelegen meer. Door anderen wordt er nooit – of hoogst zelden
gevist. De forel en de roye zal zoiets van anderhalf – tot twee kilogram
kunnen worden. Bootje er bij; dus als het vanaf de kant niet veel is,
dan heb je een alternatief. Een andere mogelijkheid is, dat er op snoek
gevist kan worden op een groot meer. Tijdens een “wedstrijddag” drie
jaar geleden, werd er 360 kilogram snoek gevangen. Dat weten ze zo
nauwkeurig, omdat alle vis werd aangeland. Deze exercitie was bedoeld om
het forelbestand en de vlagzalmen op dit meer te beschermen. In onze
ogen een nogal belachelijke situatie, maar de gemiddelde Noor heeft niet
veel op met snoek. Het plan is, om een kleine groep snoekvissers onder
begeleiding van een gids hier te laten vissen. Voor een goed begrip:
catch and release. De grootste snoek hier gevangen – voor zover bekend
tenminste – was zestien kilogram. Overigens zou het snoekbestand hier
erg groot zijn. Ik heb er een paar uurtjes gevist vanaf de kant, maar
dat was geen succes. Het zal echt vanuit een boot moeten gebeuren
verwacht ik zo. Uiteraard volg ik de ontwikkeling hier alle zo goed als
ik kan. Met de eigenaar van het natuurkamp heb ik e-mail contact en
later dit jaar ga ik zeker weer naar hem toe. Wanneer het echt wat
wordt, dan zal ik dat op dit forum wel melden.
Noorwegen is natuurlijk niet alleen maar vissen. Bergwandelen, fietsen,
je kunt er heel wat doen. In het nationale natuurpark Rondane kun je
geweldig wandelen. Wij hebben er langs een glas- en glashelder riviertje
gelopen. Ondiep, maar af en toe pools. Erg diepe pools trouwens. Ze
lijken niet erg diep, omdat het water zo helder is. Maar met een tweetje
kun je eens peilen....... De forel hier blijft erg klein; het riviertje
ligt boven de 1000 meter schat ik. Reken maar, dat de winter erg lang
duurt en dat het heel koud kan zijn in deze periode. In de zomer is het
schitterend. Schapen en koeien lopen er vrij rond; we ontmoetten zelfs
een hele kudde vrij lopende paarden. Ook planten en bloemen zijn in
overvloed aanwezig. Geen dikke bossen bloemen, maar meestal kleine
bloemetjes, wel met de meest mooie kleuren. Je moet er alleen oog voor
hebben.
We hebben ook een paar dagen aan zee doorgebracht. Gelukkig schitterend
weer. Strak blauwe lucht de meeste tijd. Bellyboat er in en vissen maar.
Koolvis zat er genoeg; niet erg groot trouwens. Meeuwen cirkelen om je
heen. Wanneer je een diep gehaakte koolvis verlost uit zijn lijden, kun
je hem aan de meeuwen voeren. Mantelmeeuwen hebben geen enkele moeite
met een vis van 200-300 gram. Ze grissen hem van het wateroppervlak en
slokken hem in één keer op. Dat moet ook wel als je meeuw bent, want de
onderlinge voedselconcurrentie is erg groot. Vanuit een bootje met
aanhangmotor hebben we ook gevist. Dat is voor een deel een heel ander
verhaal geweest. Boothengels met draaiende reel, pilkers, fishfinder. Op
de juiste plekken vang je in een middagje genoeg om een groot hotel met
gasten te kunnen voeden........
Met het zalmvissen is het niet veel geworden. Zo gaat dat; je planning
is om ook dat eens een paar dagen te doen, maar dan loopt het toch
anders. Mijn zoon kwam negen dagen over; samen met hem en mijn vrouw
naar de kust gegaan om daar te vissen. Nostalgie een beetje; dat hebben
we toen hij nog klein was dikwijls gedaan. Heerlijke tijd gehad in die
paar dagen aan zee. Daarna het Gaula dal opgezocht. Deze rivier stond
erg laag; de vangsten waren (tenminste bovenstrooms) op dat moment heel
matig. Half juni stond de rivier veel te hoog; het is ook altijd wat!
Daarom besloten om het zalmvissen maar weer uit te stellen tot volgend
jaar. Eigenlijk moet je daar een weekje appart voor op pad gaan.
Al met al is het een heel verhaal geworden. Vissen in Noorwegen is echt
geweldig en de mogelijkheden voor wandelen en dieren bekijken zijn
enorm. Niet alles is een succes; de omstandigheden terplaatse kunnen
heel bepalend zijn. Maar het moet wel heel raar lopen, wil je geen
geslaagde (vis) vakantie daar hebben.